Dennis Teunissen

Achterkant van het cultuurlandschap

Gemiddeld lukt het me om twaalf schilderijen per jaar te voltooien. Voornamelijk zijn dat voorstellingen met een architectonische uitstraling. De beelden die ik gebruik zijn te vinden in mijn dagelijks leven. Fietstochten van huis naar atelier zijn daarin van grote betekenis geweest.

In een stad als Utrecht gaat er voortdurend van alles op de schop; zo kon ik een hele serie schilderijen wijden aan de verlaten Cereol-fabriek in Oog in Al. Voor de Containerserie hoefde ik ook niet al te lang op zoek want ze stonden allemaal gewoon bij de Jaarbeurs.

In de buurt van gesloten fabrieken, overwoekerde bouwterreinen en op autokerkhoven zie je dat het verschil tussen bloeiende industrie en de restanten ervan in feite niet zo groot is. Bijna alles is er nog – het is alleen verlaten, afgedankt, in onbruik geraakt. Kort gezegd is het mijn intentie om de achterkant van het cultuurlandschap weer te geven en dat het resultaat universele beelden oplevert.

 Ik wil niet louter statements maken over vergankelijkheid of kritiek leveren op de consumptiemaatschappij; ik wil eerst en vooral laten zien wat ergens van overblijft. Alles wat bestaat, heeft ooit niet bestaan en zal ooit niet meer bestaan, ook al heeft alles een fasen waarin het heel wat lijkt. Ik kom het liefst kijken op het moment dat die fase voorbij is en er iets anders begint te ontstaan;ik schilder, metaforisch gesproken, liever onkruid dan bloemen.